Joke Bos, 27 jaar coӧrdinator en manager AOC De Pijp, gaat 28 oktober met pensioen

​​​​​​​​​​​​​​‘Alles wat wij doen heeft een doel.’ Joke Bos over Amsterdams Ontmoetingscentrum de Pijp.

Artikel en interview uit de blog van Prof. dr. Rose-Marie Dröes, Amsterdam UMC, locatie VUmc, afdeling Psychiatrie. Zij is tevens voorzitter van de Landelijke Werkgroep Ontmoetingscentra en fungeert als helpdesk voor de Nederlandse ontmoetingscentra.

Foto’s: @robgodfried.nl (alle rechten voorbehouden)

In 1993 openden de eerste twee Ontmoetingscentra voor mensen met dementie en hun mantelzorgers hun deuren in Amsterdam in Buurtcentrum Quellijn en Ouderencentrum De Coenen. Het was een pilot project, opgezet door de afdeling Psychiatrie van de Vrije Universiteit met steun van Stichting Valerius, dat als doel had betere gecombineerde vroegtijdige ondersteuning te bieden aan thuiswonende mensen met dementie en hun mantelzorgers. Najaar 1994 kwam Joke Bos in dienst bij het project als programmacoӧrdinator van AOC De Pijp dat vanaf najaar 1996 deel zou uitmaken van het dienstenaanbod van de welzijnsorganisatie Combiwel. Nu, 27 jaar later, op 28 oktober neemt Joke afscheid vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Al die jaren was zij de drijvende kracht van AOC De Pijp. In dit artikel vertelt Joke waar het volgens haar in de Ontmoetingscentra om draait: Mensen met dementie en mantelzorgers zo goed mogelijk met hun situatie te leren omgaan, zodat zij weer in balans komen.

’Er zijn in Nederland momenteel 180 ontmoetingscentra’, vertelt Joke. ‘In al die centra gaat het vooral om activeren. Alles wat wij voor onze cliënten en hun mantelzorgers organiseren heeft een doel: hen helpen om weer in balans te komen. Daarvoor zetten wij allerlei activiteiten rond bewegen, kunst maken of theater in.’

Het draait om bewegen

‘De basis van ons programma is de psychomotorische therapie. Die therapie helpt mensen via allerlei bewegingen en oefeningen om beter in balans te komen. Allerlei onderzoeken hebben inmiddels laten zien dat psychomotorische therapie dat effect inderdaad heeft . Dankzij psychomotorische therapie kunnen mensen met dementie beter met hun beperkingen omgaan. Zij gaan zich weer prettiger en zekerder voelen.
Bij psychomotorische therapie speelt ook het omgaan met de mensen om je heen een grote rol. In bewegingen leg je contact, ervaar je wat je allemaal wel kunt en krijg je een positief zelfbeeld. Onderzoek laat steeds weer zien dat bewegingstherapie meer oplevert dan therapieën waarin je alleen maar met elkaar praat. Dat komt doordat je in beweging veel gemakkelijker kunt aansluiten bij de ander en wat hij of zij nodig heeft.
Bij ons is bewegen dan ook een vast onderdeel van het programma. Wij doen het 3 keer in de week, steeds 1,5 uur. Het is een mix van spel- en sportactiviteiten en heet bij ons gewoon “gym”, maar er zit dus een doortimmerde visie achter.’

Echt contact maken en weten wat iemand nodig heeft

Joke zelf is van oorsprong fysiotherapeut en maakte jaren geleden al kennis met psychomotorische therapie. ‘De uitgangspunten spraken mij erg aan en ik zag in de praktijk hoe goed gerichte bewegingstherapie mensen kan helpen. Daarom ben ik destijds zelf ook de opleiding gaan doen en psychomotorisch therapeut geworden. ​​​​​​​Voor een zo groot mogelijk effect moet je de deelnemers wel goed kennen. Je moet echt contact met ze maken en weten wie wat nodig heeft. Sommige mensen daag je uit, bij andere ben je heel voorzichtig en ga je juist naast hen staan.’

Veel ruimte voor creativiteit

In het ontmoetingscentrum is ook veel ruimte voor creatieve activiteiten. ‘Ook bezig zijn met kunst heeft als doel dat cliënten beter kunnen omgaan met hun ziekte en zich prettiger voelen. De activiteiten zijn dus niet zomaar een soort vrijetijdsbesteding. Creatief zijn helpt mensen met dementie bijvoorbeeld om zich gemakkelijker te uiten. Het doet een beroep op andere capaciteiten dan alleen nadenken en praten. Vaak zien we dat cliënten vrijer worden. Natuurlijk stemmen wij ook deze activiteiten helemaal af op wat cliënten prettig vinden. De een werkt graag met klei, de ander schildert liever.

Een prachtige ontwikkeling is ook Onvergetelijk Stedelijk: 1 keer per maand gaan we met cliënten en familie naar het Stedelijk Museum in Amsterdam. Dan is er een speciale interactieve museum tour voor hen, waarbij ze vier of vijf kunstwerken in detail bespreken. Het is prachtig om te zien hoe mensen daarvan genieten en even opbloeien. Verder doen we natuurlijk ook andere activiteiten. Zo praten we regelmatig met elkaar over vroeger, bijvoorbeeld aan de hand van video’s op YouTube. Ook kunnen cliënten hier biljarten of schaken en we wandelen ook in de buurt.

Veel aandacht voor partners van mensen met dementie

‘Wij hebben in het ontmoetingscentrum ook veel oog voor de mantelzorgers. De partners van onze cliënten zijn voor ons ook cliënten. Daarom organiseren wij 1 keer in de 2 weken een gespreksgroep voor hen. En we stimuleren lotgenotencontact. Verder is er 1 keer in de 3 maanden een centrumoverleg, voor alle mantelzorgers en cliënten. Wij wisselen dan nieuwtjes uit en stellen nieuwe cliënten voor. En vaak zetten wij een mantelzorger in het zonnetje met een bos bloemen, voor haar of zijn bijzondere inzet.

Onze lijntjes met mantelzorgers zijn sowieso kort. Bij bijzonderheden bellen wij bijvoorbeeld even met de partners van de mensen die bij ons zijn. Wij krijgen altijd terug dat partners dat erg prettig vinden. Het geeft hen rust en vertrouwen. En het maakt het vaak gemakkelijker om zelf even tot rust te komen en bij te tanken. Partners mogen overigens ook meekomen en samen met hun man of vrouw meedoen met activiteiten.’

​​​​​​​Ik zie wel altijd weer hoe zwaar partners van mensen met dementie het hebben. Er wordt vaak jarenlang zo veel van ze gevraagd; hun zorg houdt nooit op. Als iemand jaren dementie heeft, rouwen partners diezelfde lange tijd. En als een partner met dementie is overleden, zien wij regelmatig dat partners zelf ook lichamelijke klachten krijgen.’

Anders dan dagbesteding

Een ontmoetingscentrum heeft dus een heel andere opzet dan de “gewone” dagopvang. ‘De dagopvang is altijd gekoppeld aan een zorginstelling’, legt Joke uit. ‘Dat maakt de opzet al heel anders. Daar komen mensen met dementie en zij moeten zich als het ware aanpassen aan het aanbod van de dagopvang. Je ziet vaak dat medewerkers sterk vanuit de organisatie denken. Een ontmoetingscentrum is wat minder strak. Wij werken in een buurtcentrum en staan daardoor misschien iets dichter bij het dagelijkse leven van cliënten. Tegelijkertijd zijn wij wel heel bewust gericht op “beter leren omgaan met”. Ik denk dat het bij dagbesteding wat meer gaat om prettig de dag doorkomen. Dat kan natuurlijk ook prima zijn.’

Geschiedenis in het kort

Ontmoetingscentra zijn er al tientallen jaren. ‘De eerste twee ontmoetingscentra gingen in 1993 open. Het was een innovatieve vorm van tijdige laagdrempelige dagbesteding, met begeleiding voor de mensen met dementie en voor hun familie. In die tijd waren mensen met dementie nog afgesloten van de rest van de maatschappij. Een laagdrempelig ontmoetingscentrum in de wijk waarbij sociale integratie voorop stond, was dan ook bijna revolutionair. Tot dan toe was er alleen dagbesteding en ondersteuning vanuit instellingen. Voor veel mensen was het echter een grote stap om daar naartoe te gaan. Ook was er tot dat moment nauwelijks geïntegreerde ondersteuning; ondersteuning waarbij je een mens als een geheel ziet en je je als hulpverlener tegelijkertijd op diverse aspecten en vaardigheden van een cliënt richt.

Een onderzoek naar 4 ontmoetingscentra in Amsterdam liet destijds zien dat mensen vergeleken met de reguliere dagbehandeling twee keer zo lang in een ontmoetingscentrum bleven. Ook hadden cliënten minder gedragsproblemen en voelden mantelzorgers zich minder belast. Dat was een reden om de centra uit te bouwen. Ook in andere steden is soortgelijk onderzoek gedaan, altijd met vergelijkbare positieve uitkomsten. Er is ook een Europees project: MeetingDem, waarin ontmoetingscentra aansluitend bij andere culturen zijn geïmplementeerd in andere landen. Dat project is in 2018 afgerond; er zijn nu ook ontmoetingscentra in Polen, het Verenigd Koninkrijk en Italië. Allemaal dankzij de grote inzet van prof Rose-Marie Dröes, hoogleraar bij VU medisch centrum. Wij werken al sinds 1983 veel samen.

In ons centrum krijgen wij nog steeds regelmatig bezoek uit andere plaatsen in Nederland en uit het buitenland. Tot ver over de grenzen zijn zorgverleners geïnteresseerd in onze visie en werkwijze. Zo ontvingen wij onder mee bezoekers uit de Verenigde Staten, Aruba, Engeland, Ierland, Denemarken, Finland, Polen, Italië, Spanje, China, Japan, Australië en Chili.’

Tegenwoordig wordt het ontmoetingscentrum vanuit de WMO betaald. Cliënten melden zich van tevoren aan, maar er zijn elke dag ook plekken open voor open inloop en er komen ook mensen die in de Wet langdurige zorg zitten. Joke: ‘We hebben altijd een heel diverse groep cliënten, zowel laag- als hoogopgeleid. Zij komen hier uit zichzelf of via bijvoorbeeld casemanagers, huisartsen of wijkverpleegkundigen. Iedereen betaalt een klein bedrag per dag als onkostenvergoeding.’

Overtuigd van de kracht van bewegen voor mensen met dementie

Voor Joke voelt haar werk in het ontmoetingscentrum als heel dichtbij en vanzelfsprekend. ‘Kwetsbare mensen en ouderen raken mij. Ik wil hen en hun familie graag helpen om zich zo goed mogelijk te handhaven. Ik maak ze graag blij. Bovendien ben ik in hart en nieren overtuigd van de kracht van bewegen voor mensen met dementie.

Daarnaast houd ik zelf erg van dansen en muziek. Ik heb ook een theateropleiding gedaan. Al die hobby’s komen ook weer terug in mijn werk. Daarbij draait het voor mij altijd om open kijken naar de ander. Ik denk nooit: zo is het.’ Ik zoek altijd echt contact en wil helemaal aansluiten bij de cliënt en zijn partner. Dat aansluiten kan ook verrassende vormen hebben. ‘Zo vraag ik onze cliënten regelmatig om raad. Of het nu gaat om praktische zaken als rekensommen of om een relatiekwestie. Dat werkt geweldig. Mensen ervaren dan dat ze ertoe doen. En dat is een basisbehoefte van mensen: je nodig voelen.

Cliënten zitten ook graag bij mij op kantoor. Ik werk dan wat en vraag tussen neus en lippen door hoe zij iets zouden doen. Ondertussen ordenen zij dan bijvoorbeeld de verzameling beestjes die ik op het bureau heb staan. Zo krijgen zij op verschillende manieren prikkels en dat stimuleert hen positief. Op een gegeven moment staan cliënten dan weer op en gaan ze hun eigen gang. Eigenlijk net zoals het vroeger thuis ging. Je was graag bij je moeder en mocht haar als het even kon helpen bij klusjes. Tot het je wat verveelde, en dan ging je weer iets anders ondernemen.

Open voor bijna iedereen met dementie

In principe kan iedereen met dementie bij ons komen, behalve als mensen incontinent zijn of ernstige gedragsproblemen hebben, zoals agressie zonder reden. Overigens kan zulk gedrag soms ook veranderen als mensen in het ontmoetingscentrum komen, maar het belang van de groep staat dus altijd voorop. In het ontmoetingscentrum werken behalve Joke elke dag ook een gastvrouw, een begeleider op de groep (soms 2) en een medewerker in de keuken. Daarnaast zijn er elke dag een vrijwilliger en een stagiair. ‘Genoeg vrijwilligers vinden blijft wel een uitdaging!’

‘Aan elke loopbaan komt een eind. Maar als je zo lang zo mooi werk hebt kunnen doen kijk je met veel genoegen en plezier terug. Ik vertrouw erop dat mijn collega’s en Combiwel dit mooie en nuttige werk in AOC De Pijp nog lang zullen voortzetten en wellicht nog meer zullen uitbouwen naar de wijk in het kader van de Dementievriendelijke stad. Met de wind van de Nationale Dementiestrategie 2021-2030 in de rug, gaat dit vast wel lukken.’

Wij wensen Joke een fantastisch pensioen toe en willen haar zeer bedanken voor haar jarenlange exceptionele inzet voor de Ontmoetingscentra, niet alleen voor AOC De Pijp, maar ook landelijk en internationaal.

Kijk ook eens op onze Combiwel Buurtwerk website: https://levenmetdementie020.nl/

of op:  www.ontmoetingscentradementie.nl

Laat een reactie achter